
Positano met den weg van Amalfi naar Sorrento. In de verte één der Sireneneilanden. (Galli).
Het wordt den reiziger, die na een spoortreinrit van een uur of vijf in den “treno direttissimo” uit het trotsche en rustige Rome komt, vreemd te moede als hij het station te Napels is binnengereden. Nog nauwelijks staatde trein stil of een leger van blauwkielen (facchini) bestormt letterlijk de aankomende reizigers. Men vraagt u niet, of ge van hun hulp gediend zijt; zonder veel praatjes temaken nemen zij u de bagage uit de handen en brengen u naar den uitgang. Ge behoeft ook hier niet lang naar een rijtuigjete zoeken, want van alle kanten schreeuwen de koetsiers hun “Volete” (wilt gij?). Deze koetsiers, het zijn niet de welgedane Hollandsche met hun glimmenden hoogen hoed. Kleine magere mannetjesmet een versleten deukhoed of met een panama op naar de laatste mode, ge vindt ze in alle trappen van welstand. De rijtuigjeszijn klein evenals de Napolitaansche paardjes. Ge zijt aanvankelijk wel een beetje huiverig om in deze karretjes plaats tenemen, daar zij er meestal zeer onzindelijk uitzien. Iedereen maakt er echter gebruik van. Van de eenvoudige volksmenschen,de werklieden met gereedschappen tot de jeunesse dorée, en het rijtuigje kan ternauwernood hun aantal bevatten. Voor eenigesoldi moet de koetsier soms 3 of 4 passagiers rondrijden, bijeengepakt en op elkaars knie zittend. Het nemen van een rijtuigjevereischt eenige studie, wil men niet afgezet worden, althans niet meer betalen dan de Napolitaan. Ge roept een koetsier aan:“Voor 6 soldi naar de Via Roma.” Deze komt aanrijden en zegt met een allerbeminnelijksten glimlach: “Goed, Excellentie.” Nauwelijkszijt ge gezeten, de koetsier heeft zijn “Avanti” laten hooren, of ge tikt hem nog eens op den schouder. “Goed verstaan, koetsier, voor 6 soldi, alles inbegrepen?” Het stereotypeantwoord is, dat hij u voor 8 soldi er zal brengen. “Houd dan maar stil!” roept ge en doet alsof ge het rijtuig wilt verlaten.Maar eer het zoover is, vindt hij 6 soldi reeds in orde. In den regel geeft ge hem bij het afrekenen er een paar meer, als“maccaroni” of “buona mano.” Kibbelpartijen als boven hebben geregeld plaats. Het spreekwoord: “patto netto, lunga amicitia” (duidelijke overeenkomst, lange vriendschap) is hier goed op zijn plaats. Ook wat betreft de lange vriendschap, want maandenlater zal een koetsier, die u eens gereden heeft, u nog steeds groeten.
Een rijtuig kost bijna evenveel als een ritje met de [2]electrische tram. Het eerste is veel veiliger. De tramwagens schijnen uit het oudste en meest versleten materiaal, dat geu kunt denken, opgebouwd. Toch vindt men er plaatsen 1e klasse, die zich van de 2e klasse onderscheiden door vuile kussens van ruw doek. De bestuurder voorop, in zijn witte pakje, heeft