[257]

Reisherinneringen van een bestuursambtenaar in Zuid-Celebes.

Laan te Boeloekoemba

Laan te Boeloekoemba

Tot de minst bezochte gebieden van het zuid-westelijk schiereiland van Celebes behoort ongetwijfeld de zuid-oostelijke hoekdaarvan, waar men op de kaart het oude regentschap Bira vindt. In een uithoek van het schiereiland gelegen, ver van de grooteverkeerswegen verwijderd, slechts te bereiken door een vrij ontoegankelijk terrein, wordt deze om verschillende redenen tochzoo merkwaardige streek uiterst zelden door europeanen bezocht. Het bezoeken van dit tot de Assistent-Residentie Bonthainressorteerende regentschap, was het doel van onze reis.

Aangezien deze tournee niet alleen uit een dienstoogpunt werd ondernomen, doch het ook de bedoeling was onderweg de genoegensvan de jacht na te streven, hadden zich een paar vrienden aangesloten om den tocht mede te maken.

Het uitgangspunt, waar het gezelschap samenkwam, was Boeloekoemba, een plaatsje beoosten Bonthain aan de zuidkust, standplaatsvan een Controleur. Vroeger, in den tijd dat de koffiecultuur nog op Zuid Celebes bloeide, was dit oude uit de Compagniestijddateerende plaatsje met zijne mooie tamarindelanen, van meer beteekenis dan tegenwoordig.

Den dag voor het vertrek werden de toebereidselen voor de reis gemaakt. Deze bestonden voornamelijk in het bijeenbrengen vanblikjes en dranken en andere benoodigdheden als bivaktent, veldkeuken, lamp, veldstoeltjes, opvouwbaar tafeltje, veldbeddenenz. De barang zou reeds in den nacht onder hoede van de bedienden per prauw vooruitgezonden worden naar onze eerste pleisterplaats,welke ook aan zee gelegen zou zijn. De jachtutensiliën, waarbij niet te vergeten de veldflesschen, zouden alleen door onsworden medegenomen.

Op het bepaalde uur was het gezelschap voor vertrek gereed. De eerste palen konden per bendy worden afgelegd doch toen kwamenwe aan eene rivier, waar de weg ophield en we onze voertuigen moesten terugsturen. Na door een pentjara te zijn overgezetbegon onze eigenlijke rimboetocht. Dit eerste gedeelte ging aanvankelijk door uitgestrekte klappertuinen, weldra werd de bodemechter moerassig en na eenigen tijd maakten de klapperboomen geheel plaats voor eene moerasvegetatie.

De wandeling werd nu geen pretje. In den aanvang poogden we nog om alle plassen heen te loopen, wat we weldra echter moestenopgeven, aangezien [258]vele plassen geen boorden hadden en we ten slotte dan ook door modder, kroos en bloedzuigers heenflodderden, onze nieuwe puttiesten spijt. Moerasvogels, die na onbeweeglijk staren in schrikachtige bewegingen hun prooi wegpikten uit bekrooste plassenof drabbige kreekjes, vlogen krijschende op bij onze nadering. De meeste dezer dieren zijn wegens hun taai vleesch en vischachtigensmaak geen schot kruit waard, waarom wij hun dan ook ongemoeid lieten. Nieuwsgierige krabben en krabbetjes, berucht wegenshet ondergraven van de wegen doch uiterst nuttig door alles te verorberen, wat er zooal ligt te verrotten en te ontbindenin een moeras, renden bij honde

...

BU KİTABI OKUMAK İÇİN ÜYE OLUN VEYA GİRİŞ YAPIN!


Sitemize Üyelik ÜCRETSİZDİR!