Dit 15e eeuwse boek is geschreven in een gotische drukletter. In dit lettertype komen lettertekens en diacrieten voor die in het hedendaagse alfabet niet voorkomen. Deze lettertekens en diacrieten zijn in de onderstaande tekst uitgeschreven tussen blokhaken, bijvoorbeeld "[ver]dreef" en "m[~ij]e". Het tilde-teken boven klinkers is zeer vaak gebruikt in plaats van de letter "n" of "m". Bijvoorbeeld "Alexãder" staat voor "Alexander" en "vindẽ" voor "vinden". Het tilde-teken in "eñ" is een afkorting voor "ende".
Qua spelling en (afwezigheid van) leestekens is zoveel mogelijk de oorspronkelijke tekst aangehouden. Wel zijn woorden die gesplitst waren over twee regels (met of zonder koppelteken) weer samengevoegd tot één woord. De in die tijd gebruikelijke wisselingen tussen "i" en "j", en tussen "u", "v" en "n" zijn gehandhaafd.
Getallen in deze tekst zijn in het Romeinse talstelsel. Bij grote getallen worden de getallen vaak fonetisch Romeins geschreven. Bijvoorbeeld het getal 70.700 ("zeventig-duizend en zeven-honderd") wordt geschreven als "lxx: m: eñ vij: C:"
In de hoofdstuknummering kwamen meerdere druk- en zetfouten voor, bijvoorbeeld twee keer opeenvolgend hoofdstuk "viij", maar geen hoofdstuk "vij". Daar waar het juiste hoofdstuknummer eenvoudig af te leiden was, zijn deze nummers aangepast. Het dubbel gebruik van hoofdstuknummer "xi" komt in meerdere drukken van dit boek voor.
In het boek was geen inhoudsopgave aanwezig. Deze is bij het maken van de transcriptie toegevoegd tot gemak van de lezer.
Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander