

Bieënkas Dadant.
[3]
“Het heeft Gode behaagd aan de kleinste diertjes een veelvoudiger vernuft dan aan de groote dieren te schenken, maar geenis er dat meer zinverstand dan de honigbie ontvangen heeft.”
(H. Conscience.)
Oorsprong.—De honig (of honing) komt voort van nectar, welke door de bieën op de bloemen van bijna alle planten verzameld wordt. De nectar zelf is een zoet en welriekend sap,dat door de honigklieren der bloemen wordt afgescheiden; hij lokt de bieën aan, en deze zuigen hem uit den bloemkelk en brengenhem naar hare woning om er honig van te maken.
De kleur, de smaak, de geur en andere eigenschappen des honigs verschillen volgens de planten, waarvan hij voortkomt.
Vele gewassen bezitten de kracht menschen en dieren van hunne kwalen te kunnen genezen, en worden daarom geneeskundige plantengenoemd. De bloem der plant is zeker haar voornaamste en krachtigste deel; welnu, daar de honig om zoo te zeggen het sap derbloemen is, zal hij hiervan ook de krachten bezitten.
Soorten.—Volgens de wijze, waarop de honig uit de bieënwoningen geoogst wordt, onderscheidt men gepersten, uitgetrokken of geslingerden honig, en honig in raten of sectiën.
Eertijds moesten de bieboeren hunnen honig uit de raten of schijven persen, en bekwamen dan meestal een mengsel, dat uit honig,was, stuifmeel en doode bieën bestond. Deze doenwijze heeft voorzeker veel bijgedragen om het verbruik van den honig te doenverminderen, en hem door de suiker te doen vervangen. De vreemde honig, die nog [4]meest door onze suikerbakkers, drogisten en apothekers aangekocht wordt, is doorgaans geperste; doch hij heeft het voordeelzeer goedkoop te zijn, zoodat hij daarom boven onzen zuiveren, inlandschen honig verkozen wordt. Goedkoop, maar slecht envervalscht is de meeste honig, die hier uit andere streken wordt ingevoerd. Wij zeggen slecht, want het persen bederft denbesten honig, omdat hij hierdoor zijne frischheid, zijnen geur, zijnen goeden smaak en zijne kleur verliest.
...