
Te Assoean.—Gevangenen, die, twee aan twee, spoorwegrails afladen en vervoeren.
Ik had Abydos den 16den Februari des avonds verlaten, om mij naar Wadihalfa te begeven, en den 20sten was ik te Assoean, datde hoofdplaats is geworden van een tweede militair grensgebied bij de nieuwe organisatie, die gevolgd is op de bezetting vaneen deel van den Soedan door Kitchener-pacha. Welk een groot verschil met wat ik er had gezien ten tijde van mijn eerste reisin 1885.

Een vrouw slaat haar sluier weg....
De dienst voor reizigers ging toen door middel van postbooten, die al naar de omstandigheden er korter of langer over deden,die in het minst niets voor het comfort der passagiers beschikbaar hadden, waar de reizigers ondergebracht waren in een soortvan ruimen, die met den naam salon vereerd waren, en waar men kans liep, des nachts zonderlinge bezoekers te moeten ontvangen,als bij voorbeeld de rat, die ik over de reisdeken zag wandelen, waarin ik mij had gewikkeld. Het moet zonder omwegen wordenerkend, dat de heer Cook daarin zijn verdiensten heeft.
En wat een verschil in het uiterlijk der kleine stad! Er waren toentertijd geen hotels en geen op zijn Europeesch gebouwdehuizen; evenmin europeesche reizigers; de enkele kooplieden, aangetrokken door het anglo-egyptische leger, woonden op de rivierin hun dahabiehs; de stad was zuiver egyptisch, met een mengeling van Arabieren, Kopten en Nubiërs van verschillende stammen,als Bisjari’s, Barabra’s enz., terwijl men er veel negers vond, uit Soedan gekomen uit vrijen wil of tegen hun zin, maar meergedwongen dan vrijwillig, want de handel in negers, ofschoon officiëel afgeschaft, werd voor het oog van de gansche wereldin Egypte nog uitgeoefend, al deed men of hij was verdwenen.
Tegenwoordig is Assoean een stad, die maar weinig van haar oostersch karakter heeft behouden, waar [362]de lediggaande wereld uit Engeland en Amerika met enkele andere Europeanen elkaar, naar het schijnt, rendez-vous hebben gegeven,om den winter vroolijk door te brengen in een overheerlijk klimaat, waar hotels zijn verrezen met alle denkbare comfort vanden modernen tijd en waar het aantal stoombooten, platte schuiten en dahabiehs, die in de rivier ten anker gaan, eenigszinsdoen denken aan de groote rivieren van Amerika, waar in alle richtingen groote booten elkaar kruisen. Men hoort slechts vroolijkeuitroepen van jeugdige stemmen, met hun kristalhelderen klank van de overzij van den Atlantischen Oceaan gekomen, en zilverengelach klinkt er op elk uur van den dag, en bijna ook van den nacht, bij pic-nics en partijen en concerten op het water.
Het lijkt wel, of met een tooverslag uit het andere einde van Egypte een of andere rijke karavanserai uit Kaïro naar hieris overgebracht met allen, die er in woonden. Viermaal per week brengen de drijvende hotels van Cook een groot aantal reizigersaan en voeren diegenen terug, die er genoeg van hebben of die er spijt van hebben, dat de koek voor hen op is, zoodat vierof vijf maanden