Produced by Vital Debroey
Luimige en Ernstige
MUZE.
door
Vrienden! koopt! wie koopen kan,Koopt wat van den Liereman;'k Heb weêr liedjes van elks gading,'k Breng een schip met rijke lading,Zoekt maar uit den vollen hoop,'k Heb er nog genoeg te koop.
Maar, gij vraagt me: "zijn ze mooi?"
't Antwoord is: van 't beste allooi,
Vol van vinding, gloed en leven,
Immers, 'k heb ze zelf geschreven?
En een hoofdpoëet als ik,
Kent de rijmkunst op een' prik.
Ergo, wie dees zangen laak',
Heeft geen enkel greintje smaak;
Weest dus op uw hoede, Heeren!
Die mijn werk zult recenseren;
Want, wie deze deuntjes fluit,
Wijst zijn eigen vonnis uit.
Koopt dan, koopt! wie koopen kan,Koopt wat van den Liereman;'k Heb weêr liedjes van elks gading,'k Breng een schip met rijke lading,Zoekt maar uit den vollen hoop,'k Heb er nog genoeg te koop.
De Liereman.
Het Kaartspel.
De Oude en Nieuwe Maat.
De Droom.
De Patrijzen.
Jan.
De twee Honden.
De vrome Werkbaas.
De Vlieg.
Het Medaillon-Portret.
De verdronken Acteur.
Het Portret van den Dood.
De Gekken.
Stalen Pennen.
Mijn Grootje.
Gerust in de onstuime Baren.
Een klein Spruitje wordt eindelijk een Boom.
Voor Godsdienst en Vaderland.
Deugd schept Vreugd.
Elck wat Wils.
Genoegh is meer.
Elck zijn Waerom.
Elck spiegele Hem Zelven.
't Kan Verkeeren.
Hora ruit.
Peut-être.
Repos ailleurs.
Vita mortalium vigilia.
Getrouw.
't Uur is dáár.
Huwelijks-Liedje.
De Ooijevaars.
Op den Dood van een' Landman.
Aan een' rat.
De Lach.
Het Weesje.
Huwelijksvereeniging.
Drift.
De Laster.
Eenvoud.
Aan een' blinden Toonkunstenaar.
De Muis.
t' Huiskomst.
Wie?
De Mensch.
Aan een' Schilder.
De Grafsteen.
Toonkunst.
Gedachten bij het Graf van A. C. W. Staring.
Het levenspad.
Het blinde Vinkje.
Troost.
WAARSCHUWINGvan eenen Onbevooroordeelde.
Hoe de Liereman ook roepe en schreeuwe en zijne koopmanschapaanprijze, men meene daarom niet, dat al wat hij uitvent, voor denzang geschikt, of zoo bijzonder mooi is.
In geenen deele; hij handelt meestal in oude snuisterijen, en nieuwesnuifjes zoudt ge vruchteloos bij hem zoeken.
Gij moet dus wel opletten, dat hij u geene appelen voor citroenen inhanden stopt, want, ieder is een dief in zijne nering.
Nogtans, ik wil zijn nadeel niet, en wensch zijne waar eene evenvleijende recensie, als het onlangs bij den Boekhandelaar LAGERWEY teDordrecht uitgegevene product: Engelin! vergeet mij niet, geheeten—welke beoordeeling Refer. (Letteroefeningen N° 9, voor Julij 1843.)aldus eindigt: "Ook Luimigheid is een lief stukje, hetwelk gelijk medesommige der overigen, geen ongeschikt Volksliedje zou wezen."
VORDEN,30 Sept. 1843.
"Wat!" vraagt gij, "is dat consequent?
"Erast, de nieuwe lichter,
"Koopt steeds 't antiekste ameublement,
"Maar blijft Gomaars betichter,
"Hij is 't, die, 't oude